Let op je taalgebruik!

Let op je taalgebruik!
14 januari 2019 Hans Le Roux

In deze blog ga ik nader in op de invloed van ons taalgebruik op vitaliteit en welbevinden.

Het is geen pijp

Met taal maken we dingen die we waarnemen begrijpelijk en betekenisvol. En hierdoor zijn wij in staat grote hoeveelheden informatie met elkaar te delen en gedachten te formuleren. Dit biedt de mens grote voordelen, maar taal heeft ook een keerzijde.

Omdat taal een vereenvoudiging van de werkelijkheid is, kan taal namelijk ook leiden tot allerlei verkeerde conclusies. Dan reageren we niet op wat er werkelijk gebeurt, maar vooral op onze gedachten over de realiteit.

Neem bijvoorbeeld het bovenstaande schilderij van Magritte (1928). Je eerste neiging zal zijn te denken dat je een pijp ziet. Maar zoals het onderschrift aangeeft is het geen (echte) pijp. Het is slechts een weergave ervan.

Dit voorbeeld laat zien dat ons denken door middel van taal kan leiden tot een onjuist beeld van de realiteit. Dit onjuiste beeld en ons taalgebruik kunnen negatieve consequenties hebben voor ons welbevinden zoals uit onderstaande voorbeelden blijkt

Nooit, altijd, niets en alles

Mensen die zich verbinden aan strenge gedachten hebben moeite met relativeren en oordelen hard over zichzelf en anderen. Ze zien als het ware maar één realiteit en kunnen moeilijk omgaan met andere perspectieven en meningen. Ze maken vaak gebruik van woorden als ‘nooit’, ‘altijd’, ‘niets’ en ‘alles’. Dergelijke woorden komen dikwijls niet overeen met de realiteit. Want deed je echt nooit iets goed? En doet de ander echt alles verkeerd?

Moeten (1)

Mensen die overmatig het woord ‘moeten’ gebruiken leggen zichzelf te strenge regels op. Ze moeten voor zichzelf aan veel dingen voldoen en stoppen hier veel energie in. Het niet (kunnen) voldoen aan hun hoge standaard leidt gemakkelijk tot frustraties en andere problemen. Een goed alternatief is ‘moeten’ eens te vervangen door ‘mogen’. Dus van ‘ik moet er zeker van zijn voordat ik hieraan begin’ naar ‘ik mag onzeker zijn voordat ik hieraan begin’. Of van: ‘ik moet altijd klaar staan voor een ander’ naar ‘ik mag ook aan mezelf denken’.

Moeten (2)

Je welbevinden neemt doorgaans toe als je spreekt over wat je wel wilt. Spreken over wat je wel wilt, legt vaak de onderliggende persoonlijke waarden bloot. En zoals beschreven in mijn blog Vitaliteit door waardengericht leven ervaren mensen doorgaans meer welbevinden als ze leven naar hun persoonlijke waarden. Oftewel je idealen die voor jou de moeite waard zijn na te leven. Cliënten die spreken over wat ze niet willen, gebruiken vaak het woord ‘moeten’.

Dikwijls is de stap van ‘moeten’ naar ‘willen’ voor mensen te groot. Bijvoorbeeld als je sterk gericht bent op de wensen en eisen van anderen. Deze mensen kunnen de stap tussen ‘moeten’ en ‘willen’ verkleinen door eerst te ontdekken dat ze ook ‘mogen’.

Maar

Het woord ‘maar’ is vaak een excuus om activiteiten te vermijden. Dit kunnen activiteiten zijn die bijdragen aan je welbevinden. ‘Ik wil wel sporten, maar ik heb het druk’ is een mooi voorbeeld. Het risico van vermijding kan je verminderen door ‘maar’ te vervangen door ‘en’.

Ik ben …..

De identiteit van een persoon laat zich niet makkelijk beschrijven. En dat is maar goed ook omdat we in het leven veel verschillende rollen vervullen. Bijvoorbeeld de rol van broer of zus, kind, werkgever, werknemer, ouder, grootouder, etc. Vaak beschrijven we onze identiteit in de vorm van de woorden: ‘Ik ben ….’. En deze woorden kunnen tot negatieve gevoelens leiden. Zowel bij negatieve als bij positieve bewoordingen.

‘Ik ben een loser’ is een voorbeeld van een negatieve bewoording. Je zult je direct minderwaardig voelen als je dit over jezelf denkt. Maar ook een positieve bewoording kan (op termijn) tot een gevoel van minderwaardig leiden. Bijvoorbeeld bij iemand die denkt intelligent te zijn en op latere leeftijd bemerkt dat zijn denkvermogen af begint te nemen.

Vervang ‘ik ben ….’ eens in ‘ik beschrijf mezelf als …..’ Voel het verschil bijvoorbeeld maar eens tussen: ‘ik ben depressief’ en ‘ik omschrijf mezelf als depressief’. In het eerste geval wordt het depressief zijn als een absolute waarheid beschouwd. Een realiteit die geen ruimte biedt voor andere perspectieven. In het tweede geval kijk je met wat afstand naar je depressieve gevoelens. En zal je waarschijnlijk constateren dat er naast deze gevoelens je ook andere (meer positieve) gevoelens ervaart.

Tot slot nog een tip bij goede voornemens

Goede voornemens komen dikwijls niet uit. In de wetenschap wordt dit onder andere verklaard doordat 90% van ons gedrag gewoontegedrag is. Dus iemand die zich ten doel stelt flink af te vallen loopt zonder een hoge mate van zelfdiscipline een reële kans dat hij of zij weer in oude gewoontes terugvalt. Met alle frustratie van dien (‘ik stop ermee’ of ‘het lukt me ook nooit’).

Voor mensen zonder een ijzeren zelfdiscipline adviseer ik zich te focussen op persoonlijke waarden. Uitgaan van een persoonlijke waarde als ‘beter voor mezelf zorgen’ (willen) biedt dan waarschijnlijk een grotere kans van slagen dan ‘er moet 20 kg af’. Bij ‘willen’ zal het afvallen zelf als betekenisvol worden beschouwd terwijl bij ‘moeten’ pas sprake zal zijn van een beloning als de  gewichtsreductie van 20 kg is gerealiseerd.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*